Les 3

LES 3  : TAAL : begrijpend lezen

Stap 1: leg eerst jouw materialen klaar!
– Werkschrift taal (groen), pagina 32-33-34-35
– Taalboek (groen), pagina 42
– Jouw pen en uitgomstift. Zeker geen balpen gebruiken want dat kan je niet uitgommen!

Stap 2: we gaan aan de slag!

WAT GAAN WE LEREN?
Jullie hebben reeds geleerd om verschillende soorten teksten te leren herkennen: verhaaltekst, meningtekst en een weettekst (of informatieve tekst). In deze les zal gewerkt worden rond weetteksten. Jullie hebben in vorige lessen van begrijpend lezen reeds geleerd om te letten op de eerste zin van een tekst om het onderwerp of belangrijkste informatie van de tekst te achterhalen. Dit zal belangrijk zijn voor deze les. Jullie maken vandaag kennis met de term ‘alinea’ of anders gezegd ‘stukje van de tekst’ of ‘tekstdeel’.

WE LEZEN EERST DE UITLEG IN ONS TAALBOEK
Neem jullie taalboek op pagina 42 en lees de tekst over ‘De politie’.
Lees nadien de uitleg over de OPBOUW van deze tekst. Deze staat onder de tekst van ‘De politie’.
Bekijk nadien het onderstaande filmpje. Hier krijg je nog eens extra uitleg over de betekenis van het woord ‘alinea’.

BEKIJK HET FILMPJE DOOR OP HET PIJLTJE TE KLIKKEN: 

WE GAAN AAN DE SLAG IN ONS WERKSCHRIFT
We starten op pagina 32:
– Oefening 3 (helemaal) Lees de tekst zeer goed. Doe dit op jouw eigen tempo. Let ook de cijfertjes die bij elk stukje tekst staan. Dit zijn de alinea’s.

We gaan verder naar pagina 33:
– Oefening 4 (helemaal) Lees zeer goed de zinnen en kruis aan, mag je dit wel of niet doen? Naast elk hokje staat een lijntje. In welk stukje tekst vond je jouw antwoord terug in de tekst op pagina 32? Schrijf dat nummer op het lijntje naast het hokje waar je een kruisje hebt ingezet.
– Oefening 5 (helemaal) Lees goed de vragen en geef een antwoord. Maak hiervoor een mooie zin waarbij je denkt aan hoofdletters en leestekens. Schrijf ook op in welk stukje (het nummertje) je het antwoord kan terugvinden.

We gaan verder naar pagina 34:
– Oefening 5 loopt hier verder. Kijk naar de foto’s en schrijf op bij welk stukje tekst het past (het nummertje).
– Oefening 6 (helemaal) Maak een woordenweb (dus 1 woord, geen zin!) Kijk op pagina 33 naar de tekst en naar elke alinea (dus de stukjes tekst). Waarover gaat elk stukje tekst? Zeg dit met 1 woord en schrijf het op de lijntjes bij het juiste cijfer.

WAT ALS JE HET ECHT NIET BEGRIJPT?
Heb je problemen, ga dan naar de chat en contacteer juf Kim.

Stap 3 : ben je al klaar?
Maak dan het ‘magje’ op pagina 35 of lees eventjes in een boek.